1. Aan de slag met social media
Dit jaar zullen marketeers inzetten op social media. Daarbij moeten ze
wel beseffen dat social networking geen marketinginstrument is, en ook
geen vervanger voor de social experience van een merk. Social experience
is uiteindelijk het gevolg van een marketingplan.
2. Specifiekere doelgroepen
De groep van 18 tot 49 zal uiteenvallen in specifiekere doelgroepen.
Binnen deze groep vallen maar liefst vier verschillende mediageneraties
te onderscheiden. Hun media-ervaringen zijn allemaal verschillend en
hier zal op ingespeeld moeten worden met passende content voor een
specifiekere doelgroep.
3. Afname van inzicht in data
De mediawereld verandert in rap tempo. Er zijn steeds meer gegevens
beschikbaar maar het is lastig om het allemaal nog te volgen. De
gegevens zijn lastig te voorspellen vanwege de snelle veranderingen.
Mensen begrijpen vaak achteraf pas hoe bepaalde zaken in elkaar zaten.
Aan deze kennis heb je alleen weinig wanneer je naar de nabije toekomst
kijkt.
4. Snelle verspreiding goede content
De mogelijkheden om content te verspreiden zijn uitgebreid en snel. Met
een paar klikken op het toetsenbord van computer of telefoon wordt
content razendsnel verspreid. Er is alleen één maar. Alleen goede,
interessante content zal verspreid worden. Met irrelevante content
gebeurt niks.
5. Afname budget
In 2010 is het budget voor marketing bij veel bedrijven afgenomen veelal
als gevolg van de recessie. Naast een afname van het budget, is ook het
aantal mensen afgenomen. Er moet gewerkt worden met minder. Het gevolg
is dat men zich meer bezig zal houden om überhaupt het werk gedaan te
krijgen in plaats van het focussen op nieuwe doorbraken. Zaak is om de
budgetten en mensen in te zetten voor een enkele, geïntegreerde en
krachtige marketingoplossing.
6. Bezuiniging
Door de afname van het marketingbudget zullen veel marketeers bezuinigen
op een kanaal binnen de marketingmix. Er valt veel te besparen op
printmedia. Maar of dat nou verstandig is? Eerst zou je moeten
vaststellen of de overgebleven kanalen dit wel kunnen opvangen. Ook moet
je stil staan bij de consumentenervaring. Wat is het verschil in deze
ervaring met het gebruik van internet of print? Het is onverstandig om
te bezuinigen als dit ten koste gaat van een geïntegreerde
multichannelmix.
7. Vervaging van grenzen
Mensen zitten niet mee steevast om een bepaald tijdstip achter de tv om
hun favoriete programma te volgen. De mogelijkheden om uitgesteld
programma’s te kijken nemen steeds meer toe. Van de harddiscrecorder, de
website van het programma tot YouTube: het is onduidelijk waar het ene
scherm eindigt en het andere begint.
8. Wederzijdse afhankelijkheid leidt tot samenwerking
Admap verwacht meer samenwerking tussen kanalen die op het eerste
gezicht concurrenten lijken. Dit wordt geïllustreerd met YouTube, dat
oorspronkelijk werd neergezet als een concurrent van de tv. Inmiddels
vullen ze elkaar aan. Metaforisch verwachten ze dat het media- en
marketinglandschap beïnvloed zal worden door de wetten van symbiose in
plaats van de wetten van natuurlijke selectie.
9. Push en Pull
In 2010 is het niet meer push of pull maar worden beiden gecombineerd.
Steeds vaker wordt bij primetime programma’s ook participatie van de
kijkers verwacht. Bijvoorbeeld doordat ze kunnen stemmen op kandidaten.
Ook goede virals zijn pull voor een kleine groep mensen, ze sturen het
door zonder dat er veel druk van de originele verzender bij komt kijken.
10. Vergeet de goede ideeën niet
De hele marketingwereld is zich nogal aan het focussen op de dynamiek
van kanalen en vergeten soms waar het eigenlijk om gaat. Zonder goed
idee heb je helemaal niets aan al die kanalen die het zouden kunnen
verspreiden.